dinsdag 20 januari · Onderdeel van Gemeenten & parkeerbeleid
Parkeerbezetting meten: hoe weet je écht hoe vol een wijk staat?
Een wijk waar 's avonds geen plek te vinden is, voelt als een parkeertekort. Maar hoeveel van die volle straten komt écht door te weinig plekken, en hoeveel door plekken die níet op het goede moment beschikbaar zijn? Zonder te meten is dat verschil onzichtbaar. En zonder dat verschil is elk beleidsvoorstel een gok.
Tellen is geen momentopname
De meest gemaakte fout bij parkeeronderzoek: één keer tellen en dat cijfer als "de bezetting" van de wijk presenteren. Een straat die op dinsdagavond om acht uur voor 95% vol staat, kan diezelfde dinsdag om twee uur 's middags voor 40% vol zijn geweest. Beide cijfers zijn waar, en beide zijn op zichzelf nutteloos. Pas het patroon over een hele week, inclusief een doordeweekse dag en een weekenddag, vertelt iets bruikbaars.
Bezet is niet hetzelfde als in gebruik
Een tweede blinde vlek: een geparkeerde auto zegt niets over hóe vaak die plek daadwerkelijk gebruikt wordt. Een plek die al drie weken dezelfde auto vasthoudt, telt in een momentopname precies hetzelfde mee als een plek die die ochtend voor de vierde keer van eigenaar wisselde. Voor de vraag "hebben we een tekort" maakt dat verschil alles uit: de eerste plek is feitelijk inactief kapitaal, de tweede draait op volle toeren.
Wat bruikbare metingen wél opleveren
- Spreiding over de dag. Wanneer zijn de piekmomenten, en hoe lang duren ze: een dal van twee uur vraagt om een andere oplossing dan een dal van tien uur.
- Spreiding over de week. Een wijk met veel kantoren heeft een heel ander patroon dan een wijk met veel thuiswerkers of gepensioneerden.
- Doorstroom per plek. Hoe vaak wisselt een plek van gebruiker: een indicatie van hoeveel ruimte er daadwerkelijk vrijkomt als je bestaande capaciteit slimmer inzet in plaats van bijbouwt.
Bestaande data is vaak bruikbaarder dan een nieuwe telling
Een parkeeronderzoek met tellers op straat is kostbaar en geeft hooguit een momentopname van een paar dagen. Gebouwen met een gedeeld-parkerensysteem genereren dat soort cijfers continu, als bijproduct van het boekingsproces zelf: wie een plek deelt en wanneer, hoelang een boeking duurt, welk deel van de beschikbare uren daadwerkelijk wordt gebruikt. Die data bestaat al zodra bewoners spullen delen; de vraag is alleen of een gemeente of beheerder 'm ook gebruikt.
Dat is precies het soort aantoonbaar dubbelgebruik waarmee een parkeernorm of een investeringsbeslissing te onderbouwen is, niet met een aanname, maar met cijfers uit een lopend gebouw.
Benieuwd wat dit voor jouw VvE of complex kan betekenen?
Neem contact op