maandag 21 september · Onderdeel van Gemeenten & parkeerbeleid
Parkeren in de grote stad: wat een lege plek in de garage waard is
Op de tarievenpagina van de gemeente Amsterdam staat het droog opgeschreven: een eerste bewonersvergunning kost, afhankelijk van het stadsdeel, tussen de 150 en 570 euro per half jaar. In het centrum kan de wachttijd voor die vergunning oplopen tot twee jaar. Wie in zo'n wijk woont en een auto heeft, betaalt dus fors voor het recht om ooit te mogen parkeren, en tot die tijd rijdt hij rondjes. In Utrecht, Rotterdam en Den Haag is het verhaal anders in de details, maar hetzelfde in de kern: in de populaire wijken is een plek op straat schaars, duur, of allebei.
Twee straten verderop, in de garage van hetzelfde appartementencomplex, staat intussen een derde van de plekken overdag leeg. Niet omdat de bewoners geen auto hebben, maar omdat ze op kantoor zitten, in de trein naar Utrecht, of simpelweg zonder auto de deur uit gingen. Diezelfde 23 uur die bij elke parkeerplaats leegstaan, gelden ook hier. Alleen is de plek ernaast, op straat, in de grote stad zeldzamer en duurder dan waar ook.
Waarom dit juist in de grote stad verschil maakt
Het basisidee van LokaalParkeren is overal hetzelfde: een eigenaar geeft aan wanneer zijn plek vrij is, een buurman ziet dat en boekt 'm, zonder tussenkomst. Geen vergoeding verplicht, geen wachtlijst, geen formulier bij de gemeente. In een dorp met ruimte genoeg is dat een leuke extra. In een stad waar een vergunning meer kost dan een jaarabonnement op het openbaar vervoer, is het iets anders: een reëel alternatief voor een uitgave die toch al op de begroting stond.
Neem een bewoner die van negen tot vijf op kantoor zit. Zijn plek staat in die uren leeg: precies de uren waarin een buurman met bezoek, een boodschap of een tandartsafspraak een plek zoekt. In een rustige buitenwijk is dat een leuke extra service. In een stad waar diezelfde buurman anders twee jaar op een vergunning wacht of een uur rondjes rijdt op zoek naar een gaatje, is het iets waar hij daadwerkelijk voor gaat zitten appen.
Dat verschil zit 'm niet in de techniek (die is overal hetzelfde), maar in wat de bewoner ernaast legt. Een lener in een stad met een dure, schaarse vergunning heeft een sterkere reden om drie uur op andermans plek te parkeren dan iemand in een gebied zonder parkeerdruk. En een eigenaar die zijn plek toch al niet gebruikt, ziet zijn buur die uren opeens wél benutten, zonder dat hij er zelf iets voor hoeft te doen of te regelen.
Wat een vergunning kost, en wat delen kost
De precieze bedragen verschillen per stadsdeel en per gemeente, maar de richting is in elke grote stad hetzelfde: in de populaire wijken is straatparkeren schaars, duur, of allebei tegelijk. Check je eigen rajon en de actuele wachttijd via de parkeerpagina van de gemeente Amsterdam, een goede indicatie van wat parkeren in een dichtbevolkte wijk werkelijk kost, ook voor wie zelf ergens anders woont.
Delen binnen een VvE of complex staat daar helemaal los van. Standaard is het gratis: de eigenaar van de plek bepaalt zelf of hij er iets voor vraagt, en zo ja, hoeveel per uur. Voor een bewoner die de auto twee keer per week gebruikt, is dat het verschil tussen een vergunning van honderden euro's per jaar aanschaffen, of gewoon de plek van de buurman boeken op de dagen dat het nodig is. Geen aanvraag bij de gemeente, geen wachttijd van maanden. Wel een boeking in de app op het moment dat het nodig is, en weer weg zodra de tijd om is.
Voor een VvE-bestuur maakt dat de vergadering makkelijker. "Laten we onze plekken delen" is een abstract voorstel totdat er een concreet bedrag naast staat. Een vergunning van honderden euro's per jaar tegenover een plek die er al staat, is geen abstractie meer: dat rekent iedereen aan tafel zelf uit.
Hoe een VvE dit in de praktijk opzet
De opzet verschilt niet tussen stad en dorp: elke eigenaar geeft zelf aan wanneer zijn plek vrij is, per dag, weekend of vaste week. Een bewoner ziet het aanbod en boekt direct, zonder tussenkomst van het bestuur. De eigenaar ziet wie er staat en wanneer die weer weggaat. Geen sleuteloverdracht, geen briefje achter de ruitenwisser: alles loopt via de telefoon.
In een complex van 196 plekken dat hiermee begon, zijn inmiddels 700+ boekingen gemaakt: 70+ eigenaren die hun plek aanboden, 120+ bewoners die boekten, samen meer dan 8.000 uur die anders leeg hadden gestaan. Dat is geen pilot in een rustige buitenwijk met ruimte genoeg. Het is precies het soort dichte, drukke gebouw waar een parkeerplek normaal het schaarste goed in huis is, en waar delen dus het meeste oplevert.
Voor een VvE-bestuur in een grote stad is de rekensom simpel te maken: hoeveel van de eigen plekken staan overdag leeg, en wat zou het schelen als die uren wél gebruikt werden. Dat geldt voor bewoners die anders een vergunning van honderden euro's aanschaffen, of gewoon buiten blijven zoeken naar iets wat er in het eigen gebouw allang was. Het antwoord verschilt per gebouw. De vraag is in elke grote stad hetzelfde: waarom een schaars goed laten leegstaan, als de oplossing al in de eigen garage staat?
Benieuwd wat dit voor jouw VvE of complex kan betekenen?
Neem contact op