woensdag 14 oktober · Onderdeel van Nieuwbouw & gebiedsontwikkeling
Waarom Utrecht overal in de stad van de auto af wil
Merwede is het voorbeeld dat de landelijke pers haalt, maar het is geen alleenstaand experiment. Een stukje verderop, in de Cartesiusdriehoek, geldt hetzelfde uitgangspunt: de auto mag er komen, maar is te gast. In het Beurskwartier, waar de twee groene torens van Wonderwoods straks boven de wijk uitsteken, krijgen voetgangers en fietsers voorrang en is de auto ondergeschikt aan de rest. Utrecht bouwt niet één autovrije wijk. Het bouwt een stad waarin de auto stap voor stap terugtreedt.
Dat is geen toeval maar beleid. In het Mobiliteitsplan 2040 van de gemeente staat het uitgangspunt met zoveel woorden: auto's en parkeerplekken uit het straatbeeld, om ruimte te maken voor lopen, fietsen, groen en spelen. Nieuwbouw is daarbij niet de uitzondering op de regel, het is waar de regel het eerst wordt toegepast.
Van uitzondering naar standaard
Het duidelijkste signaal zit in de nieuwe parkeervisie van de gemeente: de minimumnorm voor auto's bij nieuwbouw wordt tegelijk ook het maximum. Vroeger was een parkeernorm vooral een ondergrens: je moest minstens zoveel plekken bouwen. Nu is het een plafond: een ontwikkelaar mag niet meer bouwen dan de norm toestaat, met ruimte om plekken in te wisselen voor deelmobiliteit of extra fietsparkeren. Een wijk wordt daardoor niet toevallig autoluw, maar met opzet begrensd.
Voor een ontwikkelaar verandert dat de rekensom volledig: meer plekken bouwen dan de norm toelaat is simpelweg geen optie meer, dus de vraag is niet meer óf je het aantal plekken beperkt, maar hoe je de plekken die er wél komen zo goed mogelijk benut.
Geen vergunning als vangnet
Wie in een van deze nieuwbouwwijken gaat wonen, moet niet rekenen op de straat als achterdeur. Gebruikers van nieuwbouw komen in principe niet in aanmerking voor een parkeervergunning: de gemeente sluit die route bewust af, anders verplaatst de parkeerdruk zich gewoon een straat verderop. Daar komt bij dat Utrecht toewerkt naar betaald parkeren in de hele gemeente, uiterlijk in 2034, en dat het gemiddelde parkeertarief in de stad in 2026 al op 8,01 euro per uur ligt (na Amsterdam het duurst van het land).
Bij elkaar maakt dat autobezit in een nieuwbouwwijk in Utrecht geen kwestie van gewoonte meer, maar van een bewuste rekensom: geen garantie op een plek voor de deur, geen vergunning als terugvaloptie, en een stad die parkeren stelselmatig duurder maakt.
Voor een VvE-bestuur in zo'n wijk verandert daarmee ook wat een parkeerplek waard is. In een wijk met ruimte genoeg is een lege plek een bijzaak. In een wijk die volgens het beleid van de gemeente bewust is ontworpen met te weinig plekken voor iedereen die er toch een auto heeft, is elke plek die overdag leegstaat een plek die een buurman had kunnen gebruiken. Merwede, de Cartesiusdriehoek en het Beurskwartier verschillen in architectuur, maar delen die ene rekensom.
Benieuwd wat dit voor jouw VvE of complex kan betekenen?
Neem contact op